0
Kim Veenman

Honingpotmieren

Wat doe je als je maar één keer per jaar voedsel kunt krijgen? Dan sla je dat natuurlijk op voor de rest van het jaar. Zo bewaren bijen honing in honingraten. Maar honingpotmieren laten zien dat het ook anders kan. Zij gebruiken hun bloedeigen zussen als voorraadkast. Eigenlijk als levende honingpotjes, vandaar de naam. Omdat er eigenlijk geen foto’s zijn van het ondergrondse leven van dit bijzondere volkje, maakte ik er een illustratie van.

 

En dan met de klok mee van de cirkel rechtsboven als eerste:

  • Hangende potjes
    Overal hangen levende honingpotjes (repleten) aan het plafond. Wil een werkster honing aftappen, dan klopt ze met haar eigen antennes op die van de repleet. Die opent op haar beurt haar mond en spuugt een druppeltje honingdauw uit.

 

  • De kamer van Hare Hoogheid Helemaal onderin het nest, op de koelste en veiligste plek, bevindt zich de kamer van de koningin. Daar legt ze eitjes, omringd door werksters die haar op haar wenken bedienen en zich over de eitjes ontfermen. Ook in deze koninklijke kamer hangen honingpotjes aan het plafond.

 

  • Metamorfose
    Honingmieren kennen vier levensfasen:
  1. Ei – de eitjes zijn klein, ongeveer een millimeter lang.
  2. Larve- Na een paar dagen kruipen er larven uit de eitjes. De werksters zorgen voor ze en voeren ze voorgekauwd voedsel.
  3. Pop- Na een paar weken verpoppen de larven en wikkelen zich in een zijden cocon wn veranderen geleidelijk tot een mier.
  4. Mier- Na een paar weken komen de jonge mieren uit de cocon. Ze zijn nog bleek, kunnen niet goed lopen en worden daarom nog een paar weken verzorgd.

 

  • De bruidsvlucht
    Eén keer per jaar kruipen er mieren met vleugels uit de poppen. Dit zijn mannetjes en toekomstige koninginnen die na het regenseizoen op bruidsvlucht gaan. Eerst krijgen ze nog een paar weken voedsel van vrouwelijke werksters. De toekomstige koninginnen hebben twee paar vleugels; de mannetjes één paar.

 

  • Van mond tot mond
    Mieren praten met elkaar via speciale geurstoffen (feromonen) die ze waarnemen met hun voelsprieten. Hiermee geven ze elkaar informatie over voedsel, vijanden en taken in het nest. Als twee honingmieren elkaar met hun voelsprieten aanraken, communiceren ze dus met elkaar.