Kim Veenman

Dromen dieren ook? – Roots

Bewegende poten, rollende ogen, trillende snorharen: zou het mogelijk zijn dat dieren – net als wij – ook dromen? en als ze dat doen: waar dromen ze dan van?

Of ze nu klein zijn of groot, zwemmen, vliegen, lopen of zweven: alle dieren slapen. Dat doen ze kort of heel lang, te land, ter zee of in de lucht. En net als bij ons kent dierenslaap verschillende stadia. Zo weten we van ratten dat ze ook REMslaap (Rapid Eye Movement) hebben; hun oogjes schieten dan achter gesloten oogleden snel heen en weer. Van mensen is bekend dat we juist in dit slaapstadium onze dromen het best onthouden. Maar dromen dieren ook? Een onderzoek uit de jaren 80 van de vorige eeuw geeft daarvoor misschien wel de sterkste aanwijzingen. Onderzoekers
maakten bij katten de spierverslapping, die door het brein in werking wordt gezet tijdens de REM-slaap, onmogelijk. Daarop vertoonden de katten niet alleen de oogbewegingen en ‘twitches’ (spiersamentrekkingen) die je normaal gesproken ziet, maar ze liepen tijdens hun slaap gewoon rond en joegen zelfs op onzichtbare prooien. Het lijkt er dus op dat deze katten droomden over hun jachtavontuur.

Dwalen in een droomdoolhof
Om te onderzoeken waarover dieren precíés dromen, moet je in hun koppie kijken. En dat is precies wat onderzoekers van het Instituut voor Technologie in Massachusetts deden. Overdag leerden ze ratten hoe ze in een doolhof de kortste route naar een lekkere snack konden vinden. Intussen keken de onderzoekers naar de activiteit van het rattenbrein en ontdekten ze een specifiek patroon. Toen ze later de slapende knagers onder de loep namen, waren ze verrast: tijdens de REMslaap zagen ze namelijk precies hetzelfde patroon in breinactiviteit als tijdens de spannende tocht door het doolhof. Volgens de onderzoekers droomden de ratten ’s nachts van hun doolhofavonturen overdag. De onderzoekers dachten zelfs te kunnen zien wáár de slapende rat zich in zijn droomdoolhof bevond. Dromen over liedjes Bij zebravinken ontdekten biologen van de universiteit van Chicago iets vergelijkbaars. Deze zangvogeltjes krijgen de melodieën van hun liedjes niet mee bij de geboorte, maar moeten die in het dagelijks leven nog leren. Per zangnoot zie je in het zebravinkenbrein een verschillend patroon. Dat komt doordat verschillende hersencellen per noot een seintje geven. De biologen konden hierdoor een heel liedje noot voor noot in breinpatronen weergeven. Toen de vinkjes sliepen, zagen de biologen exact dezelfde patronen terug in de breinactiviteit. Het lijkt er dus ook bij deze vogels op dat ze in hun slaap oefenen wat ze overdag hebben geleerd.